ERROR ON ROUTE 96

[Switch]

Dansen

Onlangs probeerde iemand mij er van te overtuigen dat ik Naar de klote! moest gaan zien. Weliswaar was die film slecht geacteerd, was de muziek house en dus voor mij niet echt interessant, en het verhaal ook nog beroerd—maar desondanks moest ik deze film gaan zien. Ik begreep dat niet. Waarom zou ik een film gaan zien die, indachtig de titel, gewoon kloten is? De persoon in kwestie kon mij daarvan niet overtuigen. Wij verschillen nu eenmaal van mening over smaak, waar het film betreft.

Ik wil best toegeven dat de laatste film die ik in de bioscoop zag, Independence day was. En laten we wel zijn, dat is geen briljante film. Maar in ieder geval zijn de acteerprestaties niet onder de maat, en de muziek is adequaat, dus op die punten wint ID het al van NDK. Het verhaal is op zijn zachtst gezegd matig, met een paar ernstige dieptepunten. Wat te denken van aliens die blijkbaar beschikken over TCP/IP, want hoe zou Jeff Goldblum anders zijn virus kunnen uploaden naar des vijands boordcomputer? En dan heb ik verder niet over hoe Jeff en Will zonder noemenswaardige tegenstand in én uit des vijands hoofdkwartier vliegen. Dat doet er namelijk niet toe, daar is die film niet voor bedoeld. ID is domweg entertainment, meer niet, en als zodanig redelijk te genieten. Dat wist ik van tevoren, en dus werd ik niet teleurgesteld.

Wat ik van tevoren weet van NDK daarentegen doet mij niet verlangen deze film à raison van meer dan tien gulden te gaan bezien…

Nee, noch ID, noch NDK (durf ik te beweren zonder hem gezien te hebben) zullen het brengen tot mijn ‘meest favoriete film’. Die plaats is al lang bezet, en ik zie het op korte termijn niet gebeuren dat daar verandering in komt. Ik spreek van ‘die plaats’, maar eigenlijk zijn het meerdere plaatsen, want gelukkig kennen we meerdere categorieën. In de categorie ‘serieus’ is mijn absolute favoriet, met het peloton niet in de verste verten in zicht, de film Apocalypse now van Stanley Kubrick. Alleen al de scène waarin Martin Sheen zijn handen letterlijk kapot slaat in een spiegel zou verplichte kost moeten zijn in de algemene opvoeding van ieder mens.

Maar ik was niet van plan de categorie ‘serieus’ nader toe te lichten, want het gaat mij nu om de categorie ‘humoristisch’. Daar ligt het wat moeilijker, want er zijn vele kanshebbers. Ik denk dat mijn favoriet een dansfilm is (vandaar de aansluiting op NDK), en wel Playtime van Jaques Tati.

Ik zie de kenners denken: ‘Dansfilm? Playtime is toch geen dansfilm?’ Zeer zeker is het dat wel. Neem alleen al de openingsscène op het vliegveld. Daarin zit geen gesproken woord, de hele scène wordt opgebouwd uit ritme en beweging. Of neem de scène waarin Hulot in de wachtruimte is geplaatst samen met een Amerikaan, zie hoe die man zijn kleding plooit, zijn papieren pakt, zijn dasje recht trekt. Dat is pure dans, niets meer maar ook niets minder. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de helft van de film zich afspeelt in een sjieke nachtclub waar, hoe kan het ook anders, voortdurend wordt gedanst. Door het publiek, maar ook door de obers, zelfs door de werklui die nog bezig zijn de laatste hand aan het gebouw te leggen. Er wordt zelfs een schimmendans opgevoerd door enkele glaszetters met een gigantische glasplaat.

Maar Tati doet meer dan mensen laten dansen. De hele film danst. Het verkeer voert één groot ballet op. Zelfs de gigantische kantoorgebouwen staan opgesteld alsof ze elk moment in een rijdans kunnen losbarsten.

Wie Naar de klote! wil die mag van mij, maar ík zou toch wachten tot Playtime weer eens in de bioscoop verschijnt. Of op de televisie.

ERROR

Deze tekst stond eerder in de Vakidioot, nummer 4 (1996/97)

© Roelof Ruules