ERROR ON ROUTE 96

De traditie wil dat er op Hyde Park Speaker’s Corner een mannetje rondloopt met een sandwich-bord met daarop de boodschap ‘The End Is At Hand’. Ik heb hem nooit gezien, maar het is waar: het Einde is in zicht. Na vijf jaar gaat ERROR de pijp aan Maarten geven, wie dat dan ook wezen mag. Maar nog niet helemaal. We gaan het volhouden tot het einde van deze jaargang Vakidioot. ‘Three to go and still counting…’ Vergeef mij dus dat ik deze laatste drie kolommen ga besteden aan onderwerpen die mij na aan het hart liggen.

Jazz

15 Februari is de verjaardag van John Adams.

Wie is John Adams? Wie zich deze vraag stelt is in ieder geval niet op de hoogte van de Amerikaanse klassieke moderne muziek. Dat is geen schande hoor. John Adams is één van de jongere exponenten van een stroming die in de jaren zestig door het leven ging als minimal music. Dat was muziek die eindeloos lijkt voort te borduren op een thema—‘lijkt’, want in elke herhaling van het thema zitten minimale veranderingen ten opzichte van de vorige herhaling. De bekendste muzikanten uit deze tak van sport zijn Philip Glass en Steve Reich. Vooral de eerste is hier ten lande nogal bekend geworden, niet het minst doordat ooit het Utrechts Symfonie Orkest weigerde één van zijn composities uit te voeren. Dat orkest is vervolgens door de toenmalige Minister van Cultuur opgeheven, hetgeen overigens niet pleit voor ’s Ministers culturele inzicht. Ook zijn soundtrack bij de film Koyaanisquatsi heeft enige bekendheid gekregen.

Maar het ging niet over Glass, het ging over Adams. John Adams was dus jarig op 15 februari jongstleden, en om dat te vieren gaf hij een aantal concerten in Nederland. (Minimale componisten hebben enige reputatie in dit land, het USO ten spijt; Glass woonde lange tijd in Amsterdam en veel van zijn werk werd vervaardigd in opdracht van de Nederlandse (semi)overheid.) Hij deed dat in samenwerking met het Schönberg Ensemble en de Houdini’s. De laatsten hebben bij mij vooral bekendheid van het NortSea Jazz Festival, en de tweede helft van het concert bestond dan ook uit de opvoering van een aantal jazz-klassieken.

De recensent van de NRC had het niet beter kunnen zeggen: “De film noir-muziek van Evans en Davis met de dichte en complexe harmoniën en de gesofisticeerde sound van het Ellington-orkest zullen maar zelden zo notengetrouw zijn uitgevoerd als op het verjaardagsconcert van Adams.” Ik kan dat beamen, want ik was er bij. En voor alle duidelijkheid: er is een groot verschil tussen spelen wat was bedoeld en naspelen wat is opgenomen—iets wat in de jazzmuziek niet altijd even goed wordt begrepen.

Maar er was bij dit concert ook iets wat bij de klassieke aanwezigen niet helemaal werd begrepen. Zelden zal een zo perfecte big-band zo ‘koel’ zijn ontvangen. Het klassieke publiek is nu eenmaal gewend pas te klappen als het stuk echt is afgelopen—er wordt daarbij enigszins minzaam geglimlacht om die barbaar die het toch waagt tussen het adagio en het andante de handen op elkaar te leggen. Dat er, zoals bij jazzmuziek, wordt geapplaudiseerd tíjdens de uitvoering van een stuk is al helemaal not done.

Dat bleek maar al te goed tijdens dit concert. Na soli waarvoor men bij Northsea Jazz ongetwijfeld de zaal had afgebroken—Miles Davis is niet na te spelen maar wel te vervangen—bleef het in het Muziekcentrum, en naar later bleek ook in het Concertgebouw, eng stil. “We brought you many things from the States,” zei Adams, “and not all of them that good.” En sommige dingen blijkbaar niet goed uitgelegd…

ERROR

Deze tekst stond eerder in de Vakidioot, nummer 5(1996/97)

© Roelof Ruules