A SMALL MARGIN OF ERROR

Isabelle

Het is natuurlijk altijd makkelijk praten, achteraf. Maar ik heb haar nog gezien, Isabelle bedoel ik, toen ze deelnam aan het Eurovisie Concours, en het viel me meteen op dat ze in de laatste maat een snaar brak. Tenminste, dat denk ik nu, achteraf. In ieder geval, toen ze het Concours won en er een herhaling kwam van haar optreden, was het duidelijk: bij de laatste haal brak er één van de snaren van haar viool, en dat verbaasde me toen niet. Wat was ze geweldig! Isabelle van Keulen—eindelijk een Eurovisie-ster waarin ik me kon vinden.

Ik wil nu, achteraf, best bekennen dat ik heimelijk een beetje verliefd raakte op Isabelle. Ze was… anders. Anders in ieder geval dan de bleke Fin die uiteindelijk de tweede plaats haalde en later ook nog best bekend werd (hij heette Jari, maar zijn achternaam ben ik vergeten). Isabelle speelde vanuit haar hart, dan kon je zien. Ze maakte niet die theatrale bewegingen die je zag bij de concurrentie, die geposeerde houding die je soms ook nog ziet bij muzikanten die al lang beroemd zijn en het dus niet nodig hebben. Isabelle was puur natuur.

Maar hoe gaat dat, met heimelijke verliefdheden: je vergeet ze. Uit het oor, uit het hart. Totdat ik haar opnieuw ontmoette, bij een studievriend. Ze was inmiddels twintig en speelde modern klassiek. Dat was een genre dat ik zelf ook net had ontdekt, maar zij stond er natuurlijk iets dichter bij, en dus was ik weer diep onder de indruk…

Deze zomer was Isabelle te zomergast bij de VPRO. Nu vind ik dat een geniaal programma, al jaren, want er is geen ander middel om in korte tijd zoveel intelligente televisie-ideeën bij elkaar te zien. En nu ook nog met Isabelle, mijn oude liefde. De foto in de gids beloofde veel. Want, eerlijk is eerlijk, ik bewonderde haar niet alleen maar vanwege haar spel. Hoe anders was zij in de uitzending. Zevenentwintig jaren oud, en al een behoorlijk dikke kop.

En toen zag ik mijzelf weerspiegeld in de buis. Godverdomme, dertig en al járen een dikke kop!

Blijkbaar moeten eerst je jeugdidolen vallen voordat je zelf door hebt hoe ver je bent. ‘Ik schrik van de man die ik in de spiegel zie,’ zongen de Tröckener Kecks, al jaren geleden, en het refrein van dat lied luidde: ‘Het komt nooit meer goed.’

Eigenlijk wist ik het al sinds Northsea Jazz: ik behoor definitief tot de generatie van Hans Dulfer. Candy D. had dus mijn dochter kunnen zijn. Dat is toch nog een opwekkende gedachte…

ERROR

Deze tekst stond eerder in de By The Way…, nummer 41.

© Roelof Ruules