ERROR’S GENOEG&

Bureau

Mijn bureau is vol, te vol. Voor een deel komt dat door de stapels boeken en tijdschriften die zich daar opstapelen—ik heb een chronisch gebrek aan kasten. De rest van de ruimte wordt bezet door wat de verzamelnaam ‘bureau-artikelen’ meekreeg. Dat is het mooiste wat je op een bureau kan zien, en het is ook leuk om aan te schaffen, vooral in deze tijd van niet-al-te-dure cadeautjes.

De basisuitrusting bestaat uit voldoende pennen en potloden. Die is snel bij elkaar te krijgen, als je genoegen neemt met één pen en één potlood, maar als je kieskeuriger bent loopt het toch al snel in de papieren. Standaard ligt er op mijn tafel een balpen (blue fine), een vulpotlood (0.5mm, 2B), een vulpen (blue/black) en een rollerball (blue fine), allemaal zware Parkers. Daarnaast zijn er diverse aanvullende balpennen en potloden, van hard tot zacht. En een gom natuurlijk, zo’n grote zachte witte. Een rode en een zwarte ‘fineliner’ zijn ook fijn.

Voor het meer culturele werk beschik ik over gewone en aquarelpotloden en diverse penselen. Ik heb ook oostindische inkt met pennetjes—ik hoorde laatst dat Gerard Reve die hamsterde omdat ze uit de handel zouden gaan, maar ik geloof niet in Reve. Ik heb ook viltstiften, maar die hebben het nadeel dat ze voortdurend uitdrogen, en dat dezelfde stiften uit verschillende setjes niet altijd dezelfde kleur geven.

Er moet plakband zijn, zowel de ouderwetse plastic tape als de ‘magic tape’ die handig is voor papier waarop nog geschreven moet worden. Allebei in van die handige houders, uiteraard. Ik heb ook nog een pot hobbylijm, voor de zwaardere klussen.

Dan moet er een schaar zijn, een stevige waarmee je ook karton kunt knippen. Zelf heb ik daarnaast ook nog een zogenaamd hobbymes, en een ijzeren lineaal om langs te snijden. Wel een onderblad gebruiken, natuurlijk. Ik heb trouwens een variëteit aan linealen en geodriehoeken.

De perforator is van de zwaardere soort, met een beugel waarmee je aan kunt geven wat voor soort papier je wilt behappen. De nietmachine daarentegen is van de eenvoudige soort, want ik hoef niet vaak te nieten, en nooit veel. Een nietenhappertje is heel handig.

Nu hoef ik alleen nog maar te bedenken wat ik dit jaar aan Sinterklaas zal vragen.

ERROR

Deze tekst stond eerder in de By The Way…, nummer 22.

© Roelof Ruules