Mijn
computers

Een nerd of niet?

Echte computernerds, zeggen ze, houden van hun machines.
Ben ik een echte computernerd? Vast wel. Maar 'houden van' is een te groot woord. Een haat-liefdeverhouding is een betere omschrijving.
Ik werk al ruim 20 jaar vaak met computers, waarvan de laatste 10 jaar dagelijks. Een aantal computers is onder mijn handen gesneuveld, maar ik waag te betwijfelen of dat aan mij lag. Nouja, in één geval misschien toch wel… Mea culpa. Daarnaast heb ik tenminste twee toetsenborden gesloopt, en een muis.
Geweld schijnt in de beste relaties voor te komen, maar ik zou dit toch niet als de beste relatie willen omschrijven.

Maar goed, waar je mee omgaat word je mee besmet. Ik heb in ieder geval een zwak voor computers. Bovendien is de computer in 25 jaar tijd van een onhandelbaar ding voor experts geëvolueerd tot een onhandelbaar ding voor het grootste deel van de mensheid. De vuistbijl heeft er aanzienlijk langer over gedaan.
Ik betwijfel trouwens of het grootste deel van de mensheid er ook op vooruit is gegaan met die computer op het bureau. De ervaring leert dat de meeste gebruikers het ding vooral gebruiken voor zaken waar het ding niet goed in is. Teksten corrigeren, bijvoorbeeld.
En als mensen het ding al gebruiken voor iets waar het wel goed in is, getalletjes optellen bijvoorbeeld, dan maken ze na iedere typefout opnieuw een printje van hun kasboek-met-drie-kolommen, en vergeten vervolgens welk printje het goede is, zodat de kascommissie van de postzegelclub nog een dag of drie bezig is de zaken op orde te krijgen…

Anyway. Dit is een kort overzicht van de relaties die ik heb gehad met diverse evolutiestadia van de computerwereld.

HP2000 | ZX Spectrum | PET


HP2000

De allerallereerste computer die ik ooit van dichtbij mocht bewonderen was een HP2000, die stond opgesteld op school van mijn vader, de HTS voor Weg- en Waterbouwkunde in Utrecht. Dat was in de tijd dat een computer alleen per vrachtauto kon worden vervoerd.

Op dat ding draaide een programmaatje waarmee je een plaatje van Snoopy kon printen. Dat lijkt nu niet zo bijzonder, maar de enige output waar die HP aan deed was via een teletype-terminal op een telexrol, en aan kleine letters deden ze ook al niet. Een Snoopy die geheel bestond uit sterretjes en haakjes. Het soort van grafiek dat je nog wel eens in iemand z'n signature terugziet, maar dat toen revolutionair genoemd kon worden.

Een leerling van de HTS zag het schone van het idee wel in, en programmeerde op dezelfde manier de Domtoren in. Dan stond de terminal een half uur te reutelen, en dan had je na afloop een lap papier van anderhalve meter met de Dom in shining glory — schaduwen incluis.

Op een dag zei mijn vader dat ik na schooltijd maar eens langs moest komen, dan kon ik zelf wel wat uitproberen. En zo trok ik op een dag, samen met vriendje Ewout, naar de HTS. Daar klotste ik mijn eerste programma in: Mastermind. Ewout begon maar meteen met Poker en ontdekte zo al snel dat het nog niet zo gemakkelijk is om beslissingen te laten nemen door een computer. De kiem was gezaaid.


Sinclair ZX Spectrum

Niet zo heel lang daarna verschenen de eerste 'hobbycomputers' op de markt. Je had de ZX80 en daarna de ZX81, en de Vic 20. Een neefje in Engeland bleek, toen wij daar op bezoek gingen, zelfs al de beschikking over de ZX Spectrum, die daar toen net op de markt was. Wat een wonder! Met de televisie als monitor en een geheugen van (effectief) 40kB had je ineens de beschikking over echte kleuren en zelfs geluid. Wow!

Dat werd sparen. Maar liefst 700 guldens moest het ding kosten in Nederland, maar dan had je ook wat. Vriendje Ewout zette intussen in op de Commodore 64, maar die kwam pas later uit zodat ik de trotse eerste bezitter van een eigen computer werd. Maar intussen stonden de ontwikkelingen in het onderwijs ook niet stil…


Commodore PET

Terwijl ik mijn Spectrum installeerde, besloot mijn school dat het tijd werd om computers in huis te halen. Het Ministerie had inmiddels bedacht dat er zoiets als ‘burgerinformatica’ moest komen. De school zocht een adviseur en kwam uit bij… mijn vader. Die werd uitgenodigd om eens een avondje te komen praten met de vaksectie Wiskunde. Hij nam mij maar meteen mee. Dat was geloof ik niet helemaal de bedoeling, maar het bevestigde wel meteen een zekere reputatie. Die van nerd, al zal dat woord toen wel niet gebruikt zijn.

Uiteindelijk besloot de school tot aanschaf van een achttal Commodore PET's. Mijn vader had iets anders geadviseerd, maar de PET was eigenlijk al overjarig en daardoor veel goedkoper. Bovendien hadden uitgevers beloofd dat er voor de PET zeker nog software zou worden ontwikkeld. Welcome to the real world… Hoe dan ook, begin juni arriveerden de machines op school, en er was maar één leerling die er aan mocht zitten: ik dus. De leraar wiskunde had namelijk bedacht dat het wel leuk zou zijn om de computers aan de overige leraren, en vooral de schoolleiding te demonstreren.

Na enig overleg besloten we het schoollied te programmeren. De machines waren namelijk via een netwerk met elkaar verbonden, en wat zou er leuker zijn dan acht schoolcomputers die synchroon het schoollied bliepen, terwijl de tekst woord voor woord over de schermen rolt? Zo gezegd, zo gedaan. Op het moment suprême vielen er weliswaar twee machines uit, maar de overige zes boezemden diep ontzag in, en mijn kostje was weer gekocht.

Dat ging heel ver. Omdat wij de eindexamenklas waren, waren we vrijgesteld van de verplichting om het vak informatica te volgen. Wie wilde mocht. Dat was nodig als je een computerpas wilde krijgen, die toegang gaf tot de computerruimte. Je moest daarvoor dan een programmeeropdracht afleggen. Ik vond dat allemaal niet nodig; ik had immers thuis mijn ZX Spectrum, die sneller was, meer kleuren had (want kleuren) en meer geheugen. Toen dus de leraar wiskunde in de klas de vraag stelde wie voor een pas in aanmerking wilde komen — dit in verband met de te plannen computeropdrachten — stak ik mijn hand niet op.
“Jij niet?” vroeg de leraar.
“Neuh,” zei ik, “dan moet ik die test doen, en ik heb de lessen ook niet gevolgd…”
“Oh, maar jij kunt die pas zo wel krijgen.”
Ehm, nou, graag dan.


Talen

Een computer is natuurlijk één ding, maar het is aardig als je hem ook nog kan programmeren. Ik had al ontdekt dat BASIC zo zijn eigenaardigheden heeft, en dat het in heel uiteenlopende dialecten voorkomt.

© Roelof Ruules

Terug >>>